Buien

Achter de wolken schijnt de zon…

Met het zonnige weer van de afgelopen weken stap ik vrijwel iedere ochtend vrolijk op de fiets. Het bevalt me prima; ik voel me fit, de afstand lijkt met de dag korter en eindelijk weet ik de strijd tegen een enkel overtollig kilootje te winnen. Kortom, de zon en het fietsen zorgen dat ik blijvend in een goede bui ben. Zo ook afgelopen woensdag. Op mijn vaste thuiswerkochtend heb ik een afspraak in de bibliotheek. Onze bieb is uitgerust met een espressobar. Als ik op mijn fiets stap zie ik dat de donkere wolken zich boven mij samenpakken. Optimistisch als ik ben, kan ik me niet voorstellen dat ik zal natregenen. Vol vertrouwen en zonder jas stap ik op de fiets. Mijn afspraak arriveert en ons overleg is, als altijd, erg plezierig. Zodra ik daarna weer buiten kom, kan ik mijn ogen niet geloven: het hoost! Wetend dat manlief niet thuis is en de hondjes al even alleen zijn, besef ik me dat ik er echt doorheen moet. Mijn humeur slaat per direct om. Met een vies gezicht neem ik plaats op het kletsnatte zadel, hou met één hand mijn vest dicht en fiets zo hard ik kan naar huis, terwijl ik de regen over mijn gezicht voel stromen. Ik kom doorweekt aan. Bentley en Rover zijn blij me te zien. Ik kleed me om en zet een kop thee. Als ik weer achter mijn laptop zit, zie ik tot mijn ergernis dat het inmiddels droog is. Er verschijnt zelfs een waterig zonnetje. Geïrriteerd ga ik weer aan het werk en iets te venijnig tik ik op het toetsenbord. In de loop van de dag klaart mijn humeur weer op en als manlief thuiskomt ben ik weer in een vrolijke bui. De volgende dag is het prima weer, maar ik ga toch met de auto. Ik ben moe, voel me niet fit en mijn humeur heeft er duidelijk onder te lijden. In de loop van de dag klaart het weer steeds verder op, het wordt zonniger en ook mijn humeur klaart op. Dus ik neem me voor de volgende dag mijn ouwe vertrouwde fiets weer te pakken. Zo gezegd, zo gedaan. Het is bewolkt, maar dat mag de pret niet drukken. Ondanks dat het zelfs wat warm aanvoelt, grijp ik mijn jas van de kapstok; twee keer in één week nat laten regenen voelt wat overdreven. Vol goede moed stap ik op en vertrek. Diep in gedachten fiets ik de vertrouwde route naar mijn werk. Plotseling voel ik een dikke druppel op mijn voorhoofd vallen. Ik voel lichte paniek opkomen; waarom als mijn haar zo leuk zit en ik een paar favoriete, maar oh-zo-kwetsbare schoenen aan heb. Ik zet een tandje bij. Als ik bij de spoorwegovergang aankom, zijn de bomen dicht en er komt een goederentrein tergend langzaam voorbij rollen. Ik wil de machinist ’t liefst toeroepen dat ie moet opschieten, maar ik weet me te beheersen. De spoorbomen gaan weer open en ik voel dat de regendruppels in aantal toenemen. Ik fiets nog iets harder. Dan lijkt de regen toch niet echt door te zetten. Voor de zekerheid check ik dat door naar boven te kijken. Ik zie een en al donkere wolken en mijn goede humeur is als sneeuw voor de zon verdwenen. Ik fiets zo hard ik kan. Al zwoegend en ploeterend bereik ik het laatste en bosrijke stukje. Als ik aankom zet ik mijn fiets in het rek en net als ik de trap naar de ingang oploop voel ik dat de regen nu echt doorzet. In de deuropening draai ik me nog een keer triomfantelijk om en ik kijk naar de lucht: het is me gelukt! Als ik naar de grond kijk zie ik dat druppel na druppel zich op de grond aftekent. Ik ga naar binnen op zoek naar een geschikte werkplek voor de dag. Als ik op mijn stoel zak voel ik dat ik even moet bijkomen. Het regent inmiddels behoorlijk. Ik prijs me gelukkig dat ik droog ben aangekomen, terwijl ik langzaam het zweet over mijn rug voel stromen en mijn humeur opnieuw last krijgt van buien.

Auteur: Rita de Wilde

Op mijn eigen luchtige wijze neem ik je mee in mijn alledaagse strubbelingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *