Cannes

…and a whole lot Moore….

We zijn ons aan het voorbereiden op onze zomervakantie. Het plan is om met caravan en honden naar Zweden te gaan. We zitten wat minder in de voorbereidingen dan we van onszelf gewend zijn; we hebben nog geen ANWB-winkel of boekhandel van binnen gezien. We vragen ons af waar dit vandaan komt. Dan geeft manlief aan dat ie behoefte heeft aan zon, ontspanning en niet teveel gedoe op vakantie. We denken terug aan al onze eerdere vakanties en komen uit bij de Côte d’Azur, alweer zo’n 20 jaar geleden. Dat was een fijne vakantie; zon, ontspanning en geen gedoe. Dan moet ik lachen. Want eh…geen gedoe? Het is 1997 en we boeken een leuk appartement in Cannes. Strandliefhebbers als we zijn, zoeken we al snel bepakt en bezakt het strand op. Het kiezelstrand blijkt geen doorslaand succes binnen ons gezin. Oudste vindt alles even leuk, jongste niet. Zodra we hem op een handdoek parkeren trekt hij z’n pootjes in en zet ’t op een krijsen. Ook in zee, bij ons op de arm, vindt hij helemaal niks. Na een halve dag ploeteren en proberen besluiten we dat we ons naar het zwembad verplaatsen. De vakantie is volop genieten; we maken uitstapjes naar St. Tropez, Monaco, Nice en Grasse. En natuurlijk struinen we avond aan avond met de kids door Cannes. Als op een middag jongste wakker wordt na zijn middagdutje, staat oudste op het balkon wat rond te kijken. Terwijl ik bezig ben, hoor ik hem enthousiast roepen dat ie een vliegtuig ziet. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat hij met z’n hoofd richting de betonnen balustrade beweegt. Net als ik roep dat ie z’n hoofd er ab-so-luut niet tussendoor mag steken, is het al te laat. Hij zit vast. Hij schrikt en beweegt achteruit, maar komt er niet meer tussendoor. Hij begint te huilen, zijn hoofd wordt rood en zwelt langzaam maar zeker op. Manlief en ik snellen toe. Samen beginnen we ons kind heel voorzichtig te draaien en te verschuiven. Terwijl wij elkaar al kibbelend aanwijzingen geven en zoonlief ondertussen geruststellen, zien we onder ons de badgasten zich verzamelen om zich te vergapen aan dit schouwspel. Het gekibbel gaat al gauw over in wie van ons tweetjes naar de receptie moet voor een hamer en een beitel. Dan heeft mijn echtgenoot een geniale ingeving; hij spurt naar binnen en komt met een fles doucheschuim weer naar buiten. Ik blijf zoonlief kalmeren terwijl jongste met grote ogen op de bank zit te kijken naar het gedoe op ons balkon. Manlief maant oudste om stil te staan, geeft mij instructies om zijn oogjes af te dekken en dan giet hij de volledige fles glibberige zeep over het hoofd van onze zoon. We beginnen hem weer voorzichtig te verschuiven en ineens schiet hij los. Opgelucht controleren en troosten we ons kind; de schade is gelukkig niet groter dan een geschaafd oortje en een flinke dosis schrik in de benen. Blij met deze afloop gaan we boodschappen doen, we hebben doucheschuim nodig. Een paar dagen later wandelen we ontspannen door Cannes, als ik het prestigieuze Carlton Hotel graag van binnen wil zien. Manlief verwacht dat ik eruit word gestuurd, maar ik weet zeker van niet. Jongste laat ik in de buggy achter bij manlief en met oudste aan de hand ben ik binnen no-time bij de ingang. Terwijl ik de portier vriendelijk groet, stapt er een man voor me naar buiten. Ik weet dat ik hem ken, maar geen idee waarvan. Blijkbaar ziet ie mijn blik van herkenning en hij gaat heel attent bij me staan. Ineens weet ik het, het is een bekende Engelse acteur. En hoewel ik altijd erg goed ben in het ophalen van namen ben ik nu volledig blanco. Ik begin in het wilde weg hardop allerlei namen te roepen, maar niet de zijne. Zichtbaar teleurgesteld loopt de acteur door. Als ie uit zicht is, weet ik het ineens: Roger Moore. Ik ga naar binnen en loop mokkend een rondje door de hal van het Carlton Hotel, nauwelijks oog voor de pracht en praal. Onze vakantie kabbelt voort en dan breekt onze laatste avond aan. We willen nog één keer over de boulevard van Cannes om alles goed in ons op te nemen. Wij wandelen hand-in-hand, oudste rent wat rond en jongste zit prinsheerlijk in zijn buggy. Ik zie dat zijn gordeltje niet dicht zit, maar mijn echtgenoot overtuigt me ervan dat er niets kan gebeuren. Dan wil oudste de buggy met zijn kleine broertje erin graag duwen. Dat vinden we lief van hem. Hij gaat erachter, duwt, struikelt, de buggy schiet voorover en jongste wordt gelanceerd richting het lagergelegen kiezelstrand. Ik hou mijn adem in, manlief haalt instinctief uit en dan bungelt onze kleine ondersteboven aan zijn enkel in de hand van zijn vader. Hij geeft geen kik. Ik krijg weer lucht, neem ‘m over en zet hem mét dichte gordeltjes terug in de buggy. We vegen oudste z’n knietjes schoon, doen een ultrakort rondje Cannes en gaan terug naar ons appartement, waar vanuit we de volgende dag weer naar Nederland rijden. Terugkijkend op deze vakantie weten we ’t zeker; het zal altijd minder gedoe worden dan destijds. Kortom: we gaan naar de Côte d’Azur!

Auteur: Rita de Wilde

Op mijn eigen luchtige wijze neem ik je mee in mijn alledaagse strubbelingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *