Jeep

img-20160323-wa0001Oude liefde roest (niet)

Afgelopen voorjaar heb ik mijn auto ingeruild. De zoektocht naar een andere auto heeft lang geduurd. De mannen in mijn gezin voorzien me onverstoorbaar van adviezen en advertenties, maar ik kan ’t niet vinden. Dan vindt manlief een stoere Jeep voor me. Ik ben direct enthousiast. We spreken af om de volgende dag te gaan kijken. Ik word in de middagpauze opgepikt en we rijden naar het garagebedrijf. De auto staat buiten. Ik huppel er enthousiast omheen, doe net of ik er verstand van heb en vind alles mooi aan de auto. Mijn echtgenoot verzoekt me kritisch te blijven en mijn enthousiasme te temperen mochten we gaan onderhandelen. Ik beloof het. We gaan naar binnen en ik word begroet met een vrolijk “dag jongedame”. Als de verkoper vraagt wat hij voor ons kan doen geef ik aan dat ik geïnteresseerd ben in de zwarte Jeep die buiten staat. Ik wil een proefrit maken. Ik krijg de sleutel, kruip achter het stuur en hup, daar gaan we. De auto rijdt fantastisch, ondanks dat echt alle lampjes op het dashboard branden. Maar ik ben al om, dit wordt mijn auto. Eenmaal terug starten we de onderhandelingen. We zijn het snel eens en maken duidelijke afspraken over de brandende dashboardlampjes, alles wordt gerepareerd. De verkoper en ik zijn het roerend met elkaar eens; sommige auto’s koop je met je met hart en zo ook deze. Op de afgesproken datum haal ik mijn nieuwe auto op. Als het papierwerk is afgehandeld rij ik als een kind zo blij terug. Maar dan springt er een oranje lampje aan op mijn dashboard… ik herken het symbool van een motormanagementstoring. Als ik thuis ben bel ik de garage. Ze geven aan dat ik de volgende werkdag kan komen. De auto gaat aan de computer, ze lezen de storing uit en we maken een afspraak voor reparatie. En dan blijkt het erg lastig om de precieze oorzaak van de storing te bepalen en te verhelpen. De maanden die volgen staat de auto meer bij de garage dan bij ons. Tot ieders frustratie komt keer op keer dezelfde storing weer tevoorschijn. Henry, de receptionist van de garage, zorgt ondertussen dat ik als ik de auto aflever weer op mijn werk kom; hij brengt me weg, regelt dat ik word afgezet door de banden-man of de serviceauto of hij regelt een leenauto. Nadat er van alles is vervangen en gerepareerd lijkt mijn auto dan eindelijk in orde. De eerste dagen zonder brandend lampje word ik een beetje nerveus, ik moet nog even wennen. Maar mijn geliefde auto houdt zich goed. Afgelopen zaterdag pak ik de autosleutels van het haakje om boodschappen te doen. Ik stap in, start de motor alvast, druk op de afstandsbediening om mijn kofferbak te openen, stap uit en gooi het portier dicht. Dat is gek, ik krijg de kofferbak niet open. Ik bedenk me dat ik op het verkeerde knopje heb gedrukt en loop om de auto. Maar dan gaat ook mijn portier niet open. De schrik slaat om mijn hart, ik heb de auto op slot gegooid, de sleutels zitten in het contact, de motor draait en ongeveer mijn hele leven (huissleutels, telefoon, bril en tas) ligt in de auto. Ik kan dus ook niet in huis om de reservesleutel te pakken. Ik begin voorzichtig richting het open badkamerraam  te roepen. Manlief staat onder de douche en ik hoop dat ie me hoort. Het geroep trekt de aandacht van mijn buurvrouw. Ze komt bij me staan en roept met me mee. We zien geen enkele beweging bij ‘t raam. Ik besluit om te lopen en aan te bellen. Nadat ik mijn man voorzichtig bovenaan de trap zie kijken wie er als een dolle op de deurbel staat te drukken, komt ie naar beneden en opent hij de deur met zijn hoofd nog vol scheerschuim. Ik schiet langs hem heen naar binnen, grijp de reservesleutel uit de kast en ren via de achterdeur weer naar buiten. De buurvrouw staat nog steeds bij mijn auto. We schieten in de lach! Ik open grinnikend de auto, trek de handrem erop (géén idee waarom, ik rij automaat en gebruik mijn handrem nooit) en check of alles in orde is. Als ik weg wil rijden hoor ik een schrapend geluid onder de auto. Ik zet de auto terug op het oprit, spring al foeterend op mijn fiets en doe mijn boodschappen. Als ik weer terug ben, vraag ik mijn zojuist-gedouchte-echtgenoot zijn werkkleding maar weer aan te doen en onder de auto te kijken wat er aan de hand is. Zuchtend gaat ie in op mijn verzoek en gelukkig, de oorzaak is snel gevonden. De handrem zit vast door het weinige gebruik ervan en de roest die daar dus zit. Nadat het probleem is verholpen rijdt mijn bolide weer helemaal top. Die middag neem ik mijn echtgenoot schuldbewust mee voor een lekkere kop koffie en een groot stuk taart. Dat hebben we wel verdiend na deze roerige ochtend!

Auteur: Rita de Wilde

Op mijn eigen luchtige wijze neem ik je mee in mijn alledaagse strubbelingen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *