Categorieën
Geen categorie

Leesbril

….zit niet zo te staren…

In het jaar dat ik 40 word blijk ik last van staar te hebben, met operaties aan beide ogen als gevolg. Het begin van een nieuw tijdperk: leven met een leesbril. Nadat ik al een hele tijd het idee heb dat mijn zicht, zelfs met contactlenzen, wel erg slecht is besluit ik spontaan bij de opticien naar binnen te lopen voor een oogmeting. Hij heeft wel even tijd voor me en binnen no-time zit ik door gekke

brillenglaasjes naar een letterkaart te staren. Ik kan er weinig van maken en op de gok roep ik de letters die volgens mij het beste passen. Met een tevreden gevoel sta ik op uit de stoel, maar de opticien staat erop dat ik nog even blijf voor aanvullende testen. Ik moet weer zitten, word met mijn kin op een houdertje geparkeerd, moet op commando met mijn ogen heen en weer terwijl er iets in mijn ogen wordt gedruppeld. Al die tijd tuurt de opticien met een groen lichtje in mijn ogen. Het advies klinkt zorgelijk; ik moet naar de oogarts vanwege vermoedelijke staar. Ik bedank de opticien vriendelijk voor dit opbeurende nieuws en fiets weer naar huis. Voor de zekerheid maak ik toch maar een afspraak in het ziekenhuis. Na een aantal weken is het zover. Ik word ook daar uitgebreid onderzocht en dan volgt de diagnose: het is staar, een aangeboren variant. Voor ik ’t door heb volgen er allerlei afspraken voor aanvullende onderzoeken en krijg ik een brochure in de hand gedrukt als voorbereiding op de komende oogoperaties. Huh…oogoperaties? Met de verzekering dat de hele ingreep per oog maar een kwartiertje duurt en ongeveer niets voorstelt, ga ik schoorvoetend akkoord. Ik heb weinig keus, volgens de oogarts moet het sowieso. Op de door mij bevreesde dag loop ik nerveus de wachtkamer in. Mijn vermoeden wordt bevestigd; ik haal de gemiddelde leeftijd behoorlijk omlaag. Ik zoek een plekje tussen de bejaarden, die me verbaasd ontvangen. Het is staar-operatie-dag en ze vragen zich af of ik hier wel moet zijn. Ik doe mijn verhaal, ze merken mijn opspelende zenuwen en stellen me gerust. Kinderspel, die oogoperatie. Al gauw is het een gezellige boel in de wachtkamer. Ondertussen wordt de een na de ander opgehaald om na de ingreep, met afgeplakt oog, nog even vrolijk gedag te zwaaien. Ik gedij er goed op, ik ontspan zienderogen. Dan is het mijn beurt; ik moet mee, word op een bed gelegd en krijg uitleg over de plaatselijke verdoving. Die moet in de oogspier en ik piep dat me dat niet was verteld. Ondanks dat de anesthesist verwacht dat de verdoving iets lastiger zal gaan dan bij bejaarde patiënten, hoor ik plotseling iets positiefs: ik heb vanwege mijn leeftijd strakke oogspieren heb. En dat klinkt complimenteus, strakke oogspieren,. Plotseling ben ik vol vertrouwen. Er komt een verpleger naast me staan die me vriendelijke aanbiedt dat ik wel in zijn hand mag knijpen. Ik lach en zeg dat dat echt niet nodig is. De anesthesist geeft het startsein, zet de naald resoluut in mijn huid en ik schrik. Dit was niet de bedoeling! Ik grijp de hand naast me en begin erin te knijpen. Ik hoor de anesthesist zeggen dat het niet goed lukt, hij moet een tandje bijzetten. Zo hard ik kan knijp ik in de hand die in de mijne vastklemt. Als de verdoving eindelijk zit word ik met bed en al naar de OK gereden. Ik sta stijf van de schrik en de zenuwen. De oogarts begint met de operatie en legt ondertussen iedere handeling toe, maar ik hoor ‘m nauwelijks. Het enige dat tot me doordringt is dat mijn natuurlijke ooglens is verwijderd en het kunststof implantaat succesvol is geplaatst. Dat lucht op. Ik krijg een dop over mijn oog geplakt, hoor de uitleg over het vervolgtraject aan en dan ben ik ‘good to go’. Manlief zit ongeduldig op me te wachten, hij is benieuwd hoe het is gegaan. Ik wil naar huis. Het herstel verloopt goed en ik ben blij met het resultaat. Ik zie beter en helder dan ooit tevoren. Als ik voor controle naar de oogarts moet is ook hij tevreden. Ik geef aan dat ik me heb bedacht, mijn andere oog hoeft niet geopereerd, ik ben nu al heel tevreden. Maar daarmee neemt hij geen genoegen. Nadat ik hem heb bijgepraat over de verdoving biedt hij me aan dat ik voor de komende operatie een rustgevend middel krijg toegediend. Ik begin de onderhandeling; ik wil onder volledige narcose. Dat wijst hij resoluut af. Ik geef in en een paar weken later ga ik weer, nu met lood in mijn schoenen, naar de dagopname. In de wachtkamer staat al een bed en kalmerende medicatie voor mij klaar. Ik neem een pil in en kruip onverstoorbaar op het bed. De gezellig keuvelende oudjes vallen stil. Dan gaat het circus weer van start; de een na de ander verdwijnt en komt vrolijk met oogdop, nog even gedag wuiven. Ik lig lijdzaam te wachten tot de pil haar werking doet. Na 1,5 uur ben ik het zat en vraag of ik niet gewoon geholpen kan worden. Even laten word ik naar het voorportaal van de OK gereden. Dezelfde anesthesist zit al op me te wachten en belooft dat hij de verdoving zo snel mogelijk zal toedienen. Het is net zo erg als in mijn herinnering, maar gaat inderdaad wat sneller dan de vorige keer. De operatie valt mee en na een uur lig ik thuis op de bank. Blij dat het achter de rug is realiseer ik me dat ik een leesbril moet aanschaffen. Dan begint de pil te werken, ik val in een diepe slaap.

Door Rita's Wilde Wereld

Op mijn eigen luchtige wijze neem ik je mee in mijn alledaagse strubbelingen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s